Sharpeitje

 

Fokreglement Nederland

opgericht 1 oktober 1988

Vastgesteld op de Algemene Ledenvergadering van 13 maart 1993 te Wijchen, laatst gewijzigd tijdens de Algemene Ledenvergadering van 14 maart 2010 te Utrecht.

 

Gelet op artikel 4, lid 1 en lid 2, sub c, d, j en k en artikel 7, lid1, sub c en d van de Statuten van de Sharpei Club Nederland.

 

Het fokreglement van de Shar-Pei Club Nederland (SCN) is een bijzonder reglement als bedoeld in artikel 3 van het Huishoudelijk reglement van de SCN refererend aan artikel 44 (reglementen) van de Statuten.

 

Artikel 1- Definities

1.1 Raad: de vereniging "Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland", statutair gevestigd en kantoor houdend te Amsterdam aan de Emmalaan 16 - 18.

 

1.2 Het NHSB: de Nederlandse Hondenstamboekhouding met inbegrip van de bijbehorende Bijlagen en Voorlopige Registers. Het is de door de Raad bijgehouden Nederlandse stamboekhouding van rashonden op basis waarvan door de Raad Stambomen kunnen worden afgegeven.

 

1.3 F.C.I.: de Federation Cynologique Internationale, de overkoepelende internationale organisatie op kynologisch gebied, waarvan de Raad lid is en deel uitmaakt.

 

1.4 Rasvereniging: de bij de Raad aangesloten vereniging, genaamd de "Shar-Pei Club Nederland" (SCN) opgericht op 1 oktober 1988 en statutair gevestigd te Utrecht.

 

1.5 Fokker: de eigenaar van de in het NHSB opgenomen teef waarmee gefokt wordt c.q. zal gaan worden.

 

1.6 Dekreu-eigenaar: de eigenaar van de in het NHSB dan wel in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding ingeschreven reu die de teef van de fokker gedekt heeft c.q. zal gaan dekken.

 

1.7 Dekking: een dekking wordt aangemerkt als een voor de werking van dit reglement relevante gebeurtenis, indien er een dekkaart is ingevuld, ondertekend en ingediend bij de Raad.

 

1.8 Nest: van een nest in de zin van dit reglement is sprake indien dit nest gerelateerd kan worden aan de dekkaart als bedoeld in artikel 1.8. alsmede indien voor dit nest een geboorteaangifte kaart is ingevuld, ondertekend en ingediend bij de Raad.

 

Artikel 2 - Doelstelling

Het fokreglement van de SCN is een uitvoering van art.2 lid 2 sub f (Doel en middelen) van de Statuten en heeft als doel:

 

2.1 Te dienen als leidraad voor de fokker om te komen tot een optimalisering van de kwaliteit van het fokken met de Shar-Pei,

 

2.2 De koper van een Shar-Pei te beschermen in de meest ruime zin van het woord,

 

2.3 Het in stand houden, bewaken en bevorderen van het welzijn, de gezondheid en het karakter van de Shar-Pei, alsmede van de rastypische eigenschappen van het ras.

 

2.4 De fokker bewust te maken van de gezondheidsproblematiek binnen de fokkerij van Shar-Pei’s.

 

Artikel 3 - Reikwijdte en begrenzing

3.1 Dit fokreglement is van toepassing op Shar-Pei’s waarmee gefokt wordt of gefokt gaat worden en stelt de voorwaarden vast voor de registratie in het NHSB en voor de toekenning en afgifte van de daarbij horende stambomen, onverminderd het bepaalde in het hoofdstuk De Registratie van het Kynologisch Reglement.

 

3.2 Dit fokreglement is tot stand gebracht en vastgesteld door de SCN.

 

3.4 De verantwoordelijkheid voor het fokken en afleveren van pups ligt bij de fokker. De rasvereniging alsmede de Raad aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele gebreken bij de pup, betrokken van een fokker. Ook als deze zich houdt aan het bepaalde in dit fokreglement.

 

Artikel 4 - Algemene eisen voor inschrijving in het NHSB

4.3 Beide ouderdieren moeten tot hetzelfde ras behoren overeenkomstig het bepaalde in het hoofdstuk Registratie van het Kynologisch Reglement. In het geval dat de vaderhond van een in het buitenland woonachtige eigenaar is, moet deze hond in een door de FCI erkende buitenlandse stamboekhouding zijn ingeschreven.

 

4.5 De fokker en de dekreu-eigenaar dienen, gevraagd en ongevraagd, de bij hen beschikbare en bekende gegevens te verstrekken die van belang zijn voor de fokkerij.

 

4.6 Als op basis van de gezondheid of het gedrag van één of meerdere nakomelingen moet worden verondersteld dat (een van) de ouderdieren een (vermoedelijk) erfelijke ziekte of afwijking heeft of vererft, kan dit ouderdier c.q. deze ouderdieren, na overleg met de rasvereniging, door de Raad van de fokkerij worden uitgesloten. Het bestuur van rasvereniging kan de Raad wijzen op de hiervoor bedoelde situatie. Daarnaast kan het verzoek tot nemen van dit besluit worden gedaan door belanghebbende(n), ingeval bij meerdere nakomelingen moet worden verondersteld dat het ouderdier een (vermoedelijke) erfelijke ziekte of afwijking heeft of vererft. Het verzoek dient te worden gericht aan de Raad, die in overleg met de rasvereniging beslist of dit ouderdier c.q. deze ouderdieren van de fokkerij dienen te worden uitgesloten. Indien de eigenaar dit ouderdier wil blijven inzetten bij de fokkerij, zal hij dit ouderdier op zijn kosten op de betreffende ziekte of afwijking moeten laten onderzoeken. Nakomelingen van het betreffende ouderdier, verwekt na het besluit tot uitsluiting van de fokkerij, zullen niet in het NHSB worden ingeschreven tot dat onomstotelijk is vastgesteld, dat op grond van het onderzoek het ouderdier tot de fokkerij kan worden toegelaten.

 

Artikel 5 – Vaststelling ouderschap

5.1 Van alle nakomelingen dient DNA-materiaal te worden afgenomen en beschikbaar gesteld voor het bepalen van het DNA-markerprofiel ten behoeve van het vaststellen van het ouderschap met behulp van de Parentalcomparisontest Tokio 2008 of Bloemfontein 2006 (of recentere versie).

 

5.2 Van fokdieren waarvan geen parentalcomparison-DNA-markerprofiel bekend is, zal materiaal hiervoor worden afgenomen tijdens het in artikel 8.1 genoemde onderzoek.

 

5.3 Dit artikel is niet eerder van kracht dan vanaf het moment dat de Raad de instantie is die het DNA-materiaal genoemd in artikel 5.1 afneemt.

 

Artikel 7 - Welzijns- en fokkerijeisen

7.1 Beide ouderdieren dienen over een goede gezondheid te beschikken, zowel lichamelijk als mentaal.

 

7.2 Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie te staan als (groot)ouder-(klein)kind of als (half)broer-(half)zuster.

 

7.3 De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is slechts 2 maal toegestaan.

 

7.4 De teef mag ten tijde van de dekking, niet jonger zijn dan 18 maanden (1,5 jaar). De teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij 84 maanden (7 jaar) oud wordt.

 

7.5 De dekking dient een natuurlijk verloop te hebben.

 

7.6 De minimale leeftijd van de reu, ten tijde van de dekking, dient tenminste 18 maanden (1,5 jaar) te bedragen. Bij besluit van een Algemene Ledenvergadering kan een maximum leeftijd bepaald worden.

 

7.7 De teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan 60 maanden (5 jaar). De geboorte dient een natuurlijk verloop te hebben.

 

7.8 Een teef mag slechts twee nesten per vierentwintig maanden voortbrengen met dien verstande, dat de periode tussen de laatste werpdatum en de daaropvolgende dekking tenminste acht maanden moet bedragen. Een teef mag gedurende haar leven maximaal 4 nesten krijgen.

 

7.9 Een reu mag een maximum aantal nesten per kalenderjaar voortbrengen, dit aantal wordt bij besluit van een Algemene Ledenvergadering bepaald. Tevens kan bij besluit van een Algemene Ledenvergadering het maximum totaal aantal nesten dat door een reu mag worden voortgebracht worden bepaald

 

7.10 De fokker zal zorg dragen voor een deugdelijke ontworming en inenting van de pups, volgens gangbare veterinaire inzichten, en voor een volledig door de dierenarts ingevuld vaccinatieboekje. De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de wettelijk vastgestelde minimum leeftijd van 7 weken.

 

7.11 Bij gebruik van een buitenlandse reu of teef dient deze hond te voldoen aan de eisen van een officiële rasvereniging van het land van waaruit de fokkerij-activiteit wordt aangeboden.

 

Artikel 8 - Gezondheidseisen

8.1 De eigenaren van de ouderdieren dienen deze ouderdieren te onderwerpen aan hierna te benoemen onderzoek op erfelijke afwijkingen. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een door de SCN daartoe aangewezen instantie of dierenarts en zal aan de hand van een daartoe met de betreffende instantie of dierenarts overeengekomen onderzoeksprotocol worden uitgevoerd. Het onderzoeksrapport dient vóór of uiterlijk op de dag van de dekking te zijn afgegeven. De onderzoeksuitslag wordt naar de rasvereniging verzonden.

 

8.2 Beide ouderdieren dienen vóór de dekking te zijn onderzocht op het voorkomen van Heupdysplasie. De uitslag van dit onderzoek wordt alleen erkend indien de desbetreffende hond ten tijde van het onderzoek tenminste 12 maanden oud is.

 

Voor de fokkerij gelden de navolgende regels:

 

a. tussen honden met de FCI-beoordeling A, B of C (ofwel HD-, HDtc of HD±) mag elke willekeurige oudercombinatie worden gevormd,

 

b. honden met de FCI-beoordeling D of E (ofwel HD+ of HD++) worden uitgesloten voor de fokkerij.

 

8.3 Beide ouderdieren dienen vóór de dekking te zijn onderzocht op het voorkomen van Entropion. De uitslag van dit onderzoek wordt alleen erkend indien de desbetreffende hond ten tijde van het onderzoek tenminste 12 maanden oud is.

 

Voor de fokkerij gelden de navolgende regels:

 

a tussen honden met de beoordeling “laaggradig” of “Entropionvrij” voor de bovenoogleden mag elke willekeurige oudercombinatie worden gevormd,

 

b honden met de beoordeling “middelgradig” of “hooggradig” voor de bovenoogleden, evenals honden die aan de bovenoogleden geopereerd zijn, mogen uitsluitend nakomelingen voortbrengen met honden die voor de bovenoogleden “laaggradig” of “Entropionvrij” zijn;

 

c tussen honden met de beoordeling “laaggradig” of “Entropionvrij” voor de onderoogleden mag elke willekeurige oudercombinatie worden gevormd,

 

d honden met de beoordeling “middelgradig” of “hooggradig” voor de onderoogleden, evenals honden die aan de onderoogleden geopereerd zijn, mogen uitsluitend nakomelingen voortbrengen met honden die voor de onderoogleden “laaggradig” of “Entropionvrij” zijn;

 

8.4 Beide ouderdieren dienen vóór de dekking te zijn onderzocht op het voorkomen van Tight-lip. De uitslag van dit onderzoek wordt alleen erkend indien de desbetreffende hond ten tijde van het onderzoek tenminste 12 maanden oud is.

 

Voor de fokkerij gelden de navolgende regels:

 

a. tussen honden met de beoordeling “vrij” of “habitueel” voor Tight-lip mag elke willekeurige oudercombinatie worden gevormd,

 

b honden met de beoordeling “matig” of “ernstig” voor Tight-lip mogen uitsluitend nakomelingen voortbrengen met honden die voor Tight-lip “vrij” of “habitueel” zijn;

 

8.5 Voorts mag met honden die lijden aan Epilepsie of één- of tweezijdige Cryptorchidie niet worden gefokt.

 

8.6 Beide ouderdieren dienen vóór de dekking te zijn onderzocht op het voorkomen van Elleboogdysplasie. De uitslag van dit onderzoek wordt alleen erkend indien de desbetreffende hond ten tijde van het onderzoek tenminste 18 maanden oud is.

 

Artikel 9 – Gedragseisen en werktesten

9.1 Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen en het gedrag zoals in de rasstandaard is aangegeven, of indien de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van het karakter en/of gedrag bevat, zoals redelijkerwijs voor het betreffende ras mag worden verwacht.

 

Artikel 10 - Exterieureisen

10.1 Beide ouderdieren dienen in het algemeen aan de voor het betreffende ras geldende rasstandaard te voldoen.

 

10.2 Indien bij het ouderdier sprake is van een zodanige afwijking van de rasstandaard, dat niet aan artikel 10.1 kan worden voldaan, kan door de fokker om een aankeuring door een gekwalificeerde keurmeester worden verzocht. Het verzoek dient te worden gericht aan het bestuur van de rasvereniging, welke zorg zal dragen voor een aankeuring door een door de Raad gekwalificeerde keurmeester.

 

10.3 Beide ouderdieren dienen met betrekking tot de vachtlengte en de vachtkleur te voldoen aan de rasstandaard.

 

Artikel 11 - Koopovereenkomst

11.1 Het is aan te bevelen om de verkoop van de pups schriftelijk vast te leggen door middel van een door de rasvereniging of Raad vastgestelde koopovereenkomst.

 

Artikel 12 - Sanctiebepalingen

12.1 Het is verboden bij aanvraag-, aanmeldings-, inschrijvingsprocedures en alle overige regelingen, die in dit reglement zijn opgenomen of waarnaar verwezen wordt, onjuiste gegevens te verstrekken of om gegevens te verzwijgen.

 

Artikel 13 - Slotbepalingen

13.1 In bijzondere gevallen kan het bestuur van de SCN afwijken van dit reglement, indien strikte toepassing van dit reglement leidt tot een onredelijk en onbillijk resultaat, mits daarmee de belangen van het ras worden gediend en geen onevenredige schade aan belangen van derden wordt toegebracht.

 

13.2 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur van de SCN.

 

13.4 Indien voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt het bestuur van de SCN zorg voor aanvulling van het reglement.

 

13.5 Aanpassingen of wijzigingen ten aanzien van dit reglement behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene Vergadering van de rasvereniging.

 

Artikel 14 - Inwerkingtreding en overgangsbepaling

14.1 Dit fokreglement is in werking vanaf 28 maart 2004.

 

14.2 Dit fokreglement is niet van toepassing op de fokkerij voor zover die heeft plaats gevonden op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.

 

14.3 Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- dan wel werkkwalificaties, welke afgegeven zijn c.q. plaatsgevonden hebben voor de inwerkingtreding van dit reglement, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn begrepen.

 

Artikel 15 - fokbegeleidingscommissie

15.1 Om de in dit reglement vastgelegde bepalingen, voor zover van toepassing, ten uitvoer te brengen, is er een fokbegeleidingscommissie. De fokbegeleidingscommissie heeft tot taak:

 

a. de fokkers van de raszuivere Chinese Shar-Pei in Nederland van algemeen advies te dienen aangaande de gezondheid en de fokkerij.

 

b. de pupinformatie-service te verlenen.

 

c. gezondheidsgegevens van Shar-Pei's die voor de fokkerij gebruikt worden of gaan worden te verzamelen, te registreren en te verwerken.

 

d. het onderzoeksprotocol alsmede het onderzoeksrapport als bedoeld in art. 8 te maken, te leveren en te onderhouden.

 

e. het fokkersregister bij te houden.

 

f. de fokkerijvergaderingen te organiseren.

 

g. toe te zien op de naleving van het reglement.

 

15.2 De fokbegeleidingscommissie bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie personen of zoveel meer als het bestuur noodzakelijk acht voor het naar behoren uitvoeren van de taken genoemd in het tweede lid. Deze personen worden door het bestuur benoemd.

 

Artikel 16 - Kosten

16.1 Aan deelname aan de keuring zijn kosten verbonden. De hoogte van dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld tijdens de laatste fokkerijvergadering van het bestuursjaar.

 

16.2 Leden van de SCN betalen voor de keuring een gereduceerd tarief nadat zij minimaal 1 jaar lid zijn.

 

16.3 Alle kosten die gemaakt worden ten behoeve van de uitvoering van de bepalingen in dit fokreglement zijn voor rekening van de fokker.

 

Artikel 17 - Erkenningsregeling clubfokkers

17.1 Een kandidaat clubfokker (der SCN) is een fokker die lid is van de SCN.

 

17.2 Kandidaat clubfokkers krijgen de titel erkend SCN-clubfokker twaalf maanden nadat zij twee Shar-Pei-nesten met goed gevolg conform dit reglement hebben afgehandeld.

 

17.3 Erkend SCN-clubfokkers en kandidaat-clubfokkers worden geregistreerd in het fokkersregister dat beschikbaar is voor een ieder die zich wil laten informeren over de Shar-Pei of voor enig ander doel voor zover passend bij de doelstellingen van de vereniging en het fokbeleid.

 

17.4 Het gebruiksrecht van de titel 'Erkend SCN-clubfokker' en van de benaming 'Kandidaat club-fokker' (der SCN) is exclusief voorbehouden aan diegenen die rechtens de definities de term mag voeren.

 

17.5 Een lijst van de namen van de honden van erkend SCN-clubfokkers en kandidaat clubfokkers waarvoor een keurcertificaat is afgegeven, alsmede de namen van de fokkers/eigenaars, wordt gepubliceerd in het verenigingsblad.

 

Artikel 18 - Meldplicht fokkerij en koopovereenkomst

18.1 Erkend SCN-clubfokkers en kandidaat clubfokkers zijn gehouden melding te doen van de dekking alsmede van de gebruikte combinatie aan de fokbegeleidingscommissie. Melding dient schriftelijk te geschieden binnen 8 dagen na dekking, waarbij de datum op het poststempel als richtdatum wordt gehanteerd en dient vergezeld te gaan van foto-kopieën van de stambomen, van zowel de reu als de teef.

 

18.2 Erkend SCN-clubfokkers en kandidaat clubfokkers zijn gehouden melding te doen van de geboorte van de pups alsmede van het aantal en de geslachten, aan de fokbegeleidingscommissie of aan het bestuur. Melding dient te geschieden binnen 8 dagen na de geboorte, waarbij de datum van het poststempel als richtdatum wordt gehanteerd.

 

18.3 Na melding van de geboorte kan de fokbegeleidingscommissie, in overleg met de fokker, een nestcontrôle uitvoeren.

 

18.4 Erkend SCN-clubfokkers en kandidaat clubfokkers ontvangen na melding voor iedere pup een door de SCN uitgegeven en door de Raad erkende "koopovereenkomst".

 

18.5 Voor iedere pup dient een geldbedrag te worden betaald waarvan de hoogte jaarlijks wordt vastgesteld tijdens de laatste fokkerijvergadering van het bestuursjaar.

 

18.6 Het in het vorige lid bedoelde geldbedrag wordt gebruikt voor publicitaire doeleinden.

 

artikel 19 - Pupinformatie

19.1 Voor ieder nest, met betrekking tot welk de Erkend SCN-clubfokker of Kandidaat clubfokker zich aan de regels van dit fokreglement heeft gehouden, wordt kosteloos pupinformatie verschaft.

 

19.2 Indien de Erkend SCN-clubfokker of Kandidaat clubfokker pupinformatie wenst dient hij hiertoe schriftelijk een aanvraag in te dienen bij de fokbegeleidingscommissie, binnen 8 dagen na de geboorte van de pups.

 

Artikel 20 - Sanctiebepalingen

20.1 De Erkend SCN-clubfokker en Kandidaat clubfokker die bewust dan wel onbewust in strijd handelt met de bepalingen vastgelegd in dit reglement:

 

a. kan de mogelijkheid tot adverteren in het verenigingsblad en op de internetsite van de SCN worden ontzegd.

 

b. kan worden uitgesloten van pup-informatie.

 

c. kan zijn predikaat verliezen of worden geschrapt uit het fokkersregister.

 

d. kunnen de toegang tot de door de SCN georganiseerde evenementen worden ontzegd.

 

20.2 a. De in het vorige lid genoemde en te nemen maatregelen zullen worden vastgesteld door het bestuur in samenspraak met de fokbegeleidingscommissie, deze beslissing is bindend.

 

b. De periode gedurende welke de maatregelen van kracht zijn wordt door het bestuur bepaald , doch zal niet langer zijn dan de tijdsduur die verstreken is tussen het moment waarop de overtreding wordt begaan en het moment waarop de overtreding wordt geregistreerd, vermeerderd met 4 maanden.

 

c. Indien meerdere overtredingen achter elkaar zijn begaan of indien één of meerdere overtredingen word(t)(en) begaan gedurende de in het vorige lid genoemde periode, zal de totale periode gedurende welke de maatregelen van kracht zijn, door optelling van de afzonderlijke perioden worden bepaald zulks met in acht neming van het gestelde in het derde lid.

 

20.3 Indien de overtreding van fokreglement naar het oordeel van het bestuur dit rechtvaardigd zal op grond van art. 16 lid 1 sub a van de statuten de overtreder uit het lidmaatschap worden ontzet.

 

Bron: Shar-pei club Nederland